Toen ik even in de rolstoel zat, kwam een vrouw van rond de zestig ons tegemoet. Ze keek naar mij en riep: 'Ooooo, Cariño!' kwam naast de rolstoel staan, bukte zich, sloeg haar armen stijf om me heen en drukte haar hoofd in mijn hals. Haar ademhaling verwarmde mijn linkerborst. Het was niet een omhelzing waar ik op zat te wachten. Ze was niet verkleed als heks, maar toen we eindelijk konden doorrollen bedacht P dat dit misschien het equivalent was aan een wonderbaarlijke genezing door de Maagd Maria in Lourdes.
|
We hadden de hele dag op en rond het erf doorgebracht en gingen tegen een uur of zes Cómpeta in. Met roelstoel, al betekende dat dat P het ding bijna de hele tijd trappen op en af moest sjouwen. Het dorpje ligt tegen een steile berghelling. Overal liepen kinderen én volwassenen rond in de mooiste heksen- en spookkleding.
Toen ik even in de rolstoel zat, kwam een vrouw van rond de zestig ons tegemoet. Ze keek naar mij en riep: 'Ooooo, Cariño!' kwam naast de rolstoel staan, bukte zich, sloeg haar armen stijf om me heen en drukte haar hoofd in mijn hals. Haar ademhaling verwarmde mijn linkerborst. Het was niet een omhelzing waar ik op zat te wachten. Ze was niet verkleed als heks, maar toen we eindelijk konden doorrollen bedacht P dat dit misschien het equivalent was aan een wonderbaarlijke genezing door de Maagd Maria in Lourdes.
0 Opmerkingen
Het is wel jammer dat aan de uitoefening van mijn goede voornemen vroegtijdig een einde is gekomen. Het zwembad heeft alleen een trapje waar ik met geen mogelijkheid met één arm op en af kan. Dus kijk ik toe hoe P zich in zijn nakie twee keer per dag vermaakt.
Het leven met een onbruikbare arm is best lastig. Gisteravond kreeg ik het wel voor elkaar m'n lenzen uit te krijgen, maar vanmorgen kreeg ik ze met geen mogelijkheid in. Ik twijfelde erg of ik P zou inschakelen. Het is de liefste en leukste man van de wereld, maar ik schatte hem niet in als handig met vingers en ogen. Komt bij dat t woord 'moeten' bij hem allergische reacties genereert. Toch moest ik eraan geloven als ik vandaag iets van de omgeving wilde zien. Strak deelde ik orders uit. Hij kreeg de opdracht mijn oog open te sperren zodat ik de lens erin kon doen. Een lukte. Andere kant ook. Conclusie: ik heb aanleg voor het dictatorschap. En P - tegen alle ervaring in - toch ook voor het opvolgen van orders. Nadat we de eerste vier bochten van de berghelling hadden genomen, sloeg de auto op tilt. Een heftig alarmsignaal piepte in onze oren. Een oranje licht op het dashboard knipperde, maar we begrepen de betekenis niet, hadden geen boekje om het op te zoeken en ook geen internet. We reden terug en belden met de verhuur. De auto bleek niet op ontploffen te staan. Ik had de nieuwe tas met een boek van zeshonderd pagina's op de achterbank gelegd. De auto dacht dat het een passagier was die zijn gordel niet om had.
De pijn viel erg mee, maar toch gingen we voor de zekerheid naar de eerste hulp. We kwamen terecht in een wachtkamer waar zo'n beetje alle tokkies van Spanje zich hadden verzameld. Na anderhalf uur zagen we een arts. Ik was zeer tevreden over het feit dat ik het allemaal in het Spaans kon doen. Ze was erg aardig. In tegenstelling tot de hork die de foto's nam.
Toen ik niet meteen wist wat een sujetador was, trok die zak aan de achterkant van mijn bh en liet hem op mijn rug knallen. Die moest uit. Hij had ook geen geduld met de poses die ik niet goed begreep. Hij rukte en trok aan mijn ribben en armen. Echt geen pretje. Tot ik het zat was en hem op zeer onheilspellende toon en weer in mijn beste Spaans te kennen gaf dat ik uitzaaiingen in mijn botten had en dat hij normaal moest doen. Dat verhoogde de stemming niet. Maar hij hield zich wel in. Met een gezicht nog oorwurmeriger dan toen hij begon. Daarna moesten we weer wachten tussen hulpbehoevenden zonder tanden, met te veel drank op, te veel vet om het lijf of anderszins geschikt voor het leven buiten de maatschappij. Ik bleek een scheurtje in het bot te hebben, kreeg een mitella om die niet meer af mocht, zelfs 's nachts niet en ging nog gehandicapter weg dan dat ik 3,5 uur daarvoor binnenkwam. We huurden dit huis om drie redenen: het zwembad, de open haard en het bad. Elke avond dompelde ik me voor het slapen onder in het warme water. Dit bad was perfect, want ik hoefde niet in te stappen met m'n manke poot omdat er aan de kopse kant een plateautje zat zodat ik met m'n kont op de koude tegels kon gaan zitten, m'n benen over de rand zwiepen en me in het water laten zakken. En in omgekeerde volgorde bij het eruit gaan.
Alleen deed ik vandaag toch niet voorzichtig genoeg. Mijn linkerhand gleed uit, ik klapte naar achter en kreeg helse pijn aan mijn linker bovenarm. P stond in no time naast het bad. Ik viel bijna flauw van ellende, was misselijk en duizelig. Ik durfde er ook niet uit vanwege angst voor nóg meer pijn. Ik had geen idee hoe P mij moest optrekken. Aan welk lichaamsdeel. Mijn ribben kunnen niet vanwege pijn en zwakte, mijn armen konden niet - niet eens proberen in de buurt van mijn vermeende gebroken arm te komen - en mijn hoofd zou toch ook een raar gevoel geven en niet bijster effectief zijn. Ik ging facetimen met mijn zus in de VS die verpleegkundige is. Of een heftige pijnstiller nu wel of geen goed idee was met die kotserige neiging die ik had. Het kon. P stapte in bad en kreeg me er zowaar uit. Ik geloof uiteindelijk toch met een okselgreep. Op de markt zag ik een mooie strandtas, maar vond dertig euro te duur. Dus wilde ik weer wegrollen. De man werd megachagrijnig. Ik moest en zou blijven. Ik keek omhoog en zag de blik in zijn ogen, die was verre van prettig. De ergernis en gemeenheid spatte er vanaf. Hij maakte er twintig van. Ik vond dat nog te veel, maar durfde niet te onderhandelen. Ik trok mijn portemonnee, gaf de man het geld en baalde onwaarschijnlijk. Niet om de tas, die vond ik mooi, maar om mijn eigen schijterigheid. Een lul wordt kwaad, zet me onder druk en ik doe exact wat hij zegt. En dat na al die jaren therapie. Weggegooid geld. Plus twintig euro.
Ik had een rolstoel gehuurd en werd door P rondgereden in Nerja. Een rolstoel blijkt een soort staf van Mozes te zijn. Overal waar we rijden wijken mensen uiteen.
Gasten en vis blijven twee dagen fris. We reden door naar Cómpeta, een klein wit dorpje in de bergen, een half uur van zee. Ook hier hadden we een zwembad. Dus het oefenen ging gewoon door. In de ochtend namen we een duik en 's middags ook. Het huis was gigantisch, geschikt voor acht personen. Ik vond het buiten helemaal geweldig, de zitjes rond het zwembad, een bank op een patio waarop je de zon kon zien ondergaan, een eigen citroenboom. Maar binnen vond ik het eerlijk gezegd best ongezellig. Er was een haard, maar daar stond een grote eettafel voor. Geen wegzakstoelen of lekkere bank. We kozen uit een van de vele kamers een met een eigen balkon. Alle ramen en deuren hadden tralies. Dat bracht mijn claustrofobie een beetje op gang.
'Ik kan niet van dat balkon af als er iets gebeurt.' P was niet onder de indruk. 'Ik wel.' Ik knikte. Dat was tenminste iets. Ik had een goed voornemen. Profiteren van het zwembad en zorgen dat mijn conditie een beetje beter zou worden. En mijn karakter. Want ik had er weer totaal met de pet naar gegooid. Ik had zelfs een zwemnoodle (geen idee dat het bestond, laat staan dat ik wist hoe het heette) besteld, maar die bleek niet in mijn handbagage te passen. Wist ik veel dat zulke dingen op elke hoek van de straat te koop zijn. Bij mijn nicht dreven er drie rond. Ik spetterde en spatte er lustig op los en voelde mijn inborst naar een hoger plan stijgen.
We lieten de regen achter ons om te genieten van de 30 graden die het in Spanje was. Buiten Marbella heeft mijn nicht een finca. Met tuin. Met zwembad. En een perfecte logeerkamer. Zo een waar ik vroeger van droomde: handdoeken op een stapel, slofjes, witte badjassen, zeepjes op de wastafel, crèmes, zelfs iets om te lezen naast het bed. Ik heb in de jaren dat ik mijn boot aan toeristen verhuurde hetzelfde proberen te doen. En nu voelde ik wat mijn gasten zeiden te ervaren: een warm welkom in een waar paradijs.
We kregen een rondleiding door de bronsgieterij. Deze nieuwe wereld sprak me erg aan. Kasten vol kunstwerken. Kunstenaars bezig met het afwerken van hun beelden. Mannen in stofwolken gips. Een verbrandingsoven die eruit zag als een container. Verder overal beelden. Nijlpaarden, gigantische abstracte reuzen, figuurtjes, hazen op schildpadden en diverse hoofden.
Het voelde een beetje als het in handen krijgen van mijn eerste boek. De eerste keer dat mijn stapel A-4tjes opeens tussen twee kaften zat, was een magisch moment. Maar dit was nog niet eens het moment suprême, want ik gaf het beeldje alleen maar af. Over twee weken mag ik daar het wassen model bijwerken. Daar verheug ik me op. Verder werd me gevraagd of ik zelf wilde slijpen en of ik bij het patineren wilde zijn om de kleur te bepalen. Wilde ik. Vandaag reden we naar de bronsgieterij om mijn beeldje af te leveren. Mijn ouders, zus en ik. Dat betekent 1 iemand met 1 rollator, 1 iemand met 1 stok, 1 iemand met 2 stokken, 1 iemand met een knie-brace en 2 'iemanden' met een gehoorapparaat. Mijn vader citeert dan graag de dichtregels: Als de familie uit wandelen gaat, krukt er een waar Lourdes door de straat.
Een overlevering van de boekwinkel is de nazit. Ik heb de eer om als enige vrouw met zeven oude mannen te mogen meedoen. Er ontstond een confrontatie met één van de mannen. Het werd me weer duidelijk hoe anders mannen met elkaar omgaan dan vrouwen. Er werden harde dingen gezegd, maar tegelijkertijd was het aan alle kanten duidelijk dat het in liefde gedaan werd. Dat werd er ook af en toe bij vermeld. De stemmen werden luid, tegenargumenten van tafel geveegd om uiteindelijk tevreden over het resultaat op schouders te kloppen en elkaar begrijpend toe te knikken.
Ik mijmerde dat je in een vrouwengroep never nooit een vrouw zou horen schreeuwen: 'Nee, X! Je zit je eruit te lullen!' P komt thuis met een T-shirt van de Beach Boys.
'Ik heb hem maar meteen in het grijs gekocht.' '?!?' Hij ziet het niet als ik een zitkamermuur goud verf. Hij merkt het niet als ik een gigantisch Perzisch tapijt wegdoe. En dan wel merken dat zijn shirts grauw zijn verwassen. Vrij zijn is toch ingewikkelder dan het lijkt. Zelfs als je in de palliatieve modder je een weg baant. Ik heb een calvinistisch stemmetje in mijn hoofd dat vind dat ik vooral moet bijdragen aan het geluk van de samenleving en in het bijzonder dat van kinderen. In het zweet des aanschijns... Terwijl ik totaal niet gelovig ben opgevoed en het calvinisme in ons gezin ver te zoeken was. Waar heb ik dat dan opgepikt? Mijn dagen spendeer ik aan het maken van beeldjes van was of me een slag in de rondte te mozaïeken. Beiden zeer bevredigend, zo ook de resultaten. Dat maakt dat ik af en toe stiekem droom van een nieuwe carrière: beeldend kunstenaar. Maar ergens fluistert er iemand - en dat zal ik zelf dan wel weer zijn - dat dit waarschijnlijk al de hallucinerende fase is. |
Blog t/m sept 2016 |
RSS-feed