Het sneeuwde en de zon scheen. P reed mijn autootje zonder problemen het park in. Hangend aan zijn arm rechtte ik voor binnenkomst mijn rug en schreden we naar binnen. Het geluk was aan onze kant. Ik wilde graag een plek in de zon, en we zaten in de kas zelf, waar de zon volop scheen en kregen een ander tafeltje dan ze hadden gereserveerd. In de zon. Soms zijn dat soort kleine dingen goud waard.
|
P had al een plek voor de lunch gereserveerd in De Kas, en dat kwam goed uit na al die somberte. Normaal gesproken is zijn reactie bij onweer om meteen iets te bedenken wat mij opvrolijkt.
Het sneeuwde en de zon scheen. P reed mijn autootje zonder problemen het park in. Hangend aan zijn arm rechtte ik voor binnenkomst mijn rug en schreden we naar binnen. Het geluk was aan onze kant. Ik wilde graag een plek in de zon, en we zaten in de kas zelf, waar de zon volop scheen en kregen een ander tafeltje dan ze hadden gereserveerd. In de zon. Soms zijn dat soort kleine dingen goud waard.
0 Opmerkingen
De ochtend nam een verkeerde wending toen ik bij het openen van het badkamerraam een flinke krak hoorde en een pijnscheut in mijn schouder voelde die eindeloos na-trilde. Sommige gebeurtenissen zijn net te veel, ook al zijn ze misschien klein. Ik raakte in een kramp van angst. Als dit al gebeurde met het simpelweg openen van een raampje, een gecontroleerde beweging, wat stond me dan nog te wachten?
Het resulteerde in twee dagen rivieren van verdriet waarvan ik dacht dat het niet meer zou ophouden. Helse pijnen in de nacht en morphine die niet hielp. Maar zoals het leven dan toch gaat, stond ik de derde dag neutraal op, met de gebruikelijke pijn, en was het tij weer gekeerd. Toch vond ik 'Gelukkig nieuwjaar' wel een lastige. Ik weet eigenlijk niet of 'Een gelukkig laatste jaar' beter was geweest, al was die nuance misschien ook wel prettig geweest om me te laten merken dat ik gekend werd in deze op dit moment niet te hanteren strijd, die toch altijd wel weer te doen blijkt. Na de voorstelling in het Muziekgebouw kwamen W en ik M en haar vriendin tegen. Ik stopte mijn stok achter mijn rug om een ongemakkelijke situatie te voorkomen. Het lukte. Ze was vol in de aandacht voor W die ooit Serge speelde in Onderweg naar morgen. Zo werd W ook voorgesteld aan haar vriendin: 'Dit is Serge!'. Toen we naar buiten liepen vroeg ze toch nog wat ik had. Been gebroken. Dacht dat is lekker neutraal, geen kankertoestand. Maar ze is schrijver, en natuurlijk vroeg ze door. Daarna maakte ze mij op een prettige manier belachelijk omdat ik zei dat ik het zo lastig voor haar vond om te reageren en daarom had gehoopt dat ze mijn stok niet had gezien.
J&A&ik gingen naar Voorlinden. Niet alleen om de gewisselde basiscollectie te zien, maar vooral om hun dochter J die in de installatie van Abramović zat. Zij moest een uur lang, met geluiddempende koptelefoon op en witte overall aan, rijst van linzen scheiden en tellen. Ze zat daar onverstoorbaar te schuiven en te tellen, terwijl wij met de rolstoelen om haar heen draaiden. Na afloop kwam ze naar ons toe met een gezichtsuitdrukking die verraadde dat ze nog niet geland was en nog veel meer tijd nodig had om weer in de wereld vol geluid en beweging te stappen.
Drie jaar geleden bedacht ik dat het gezellig zou zijn om met de familie van mijn moeder kerstavond te vieren in een stal. Die stal was een schuur van mijn neef, die speciaal gemaakt is voor dit soort evenementen. Paté, boerenkool en profiteroles.
Mijn achterneef was tot ieders grote plezier uit de kast gekomen en zat met zijn vent aan tafel, waarschijnlijk was hij van tevoren wel zenuwachtig geweest. Mijn nichtje vond het ook eng om haar vriendje voor de eerste keer mee te nemen. Alles verliep soepel en kerstachtig. Bij de boerenkool is alles mogelijk. P is erg goed in het bedenken en organiseren van uitjes. Dit keer Aken, naar de Carolus-thermen. Dus hup de trein in, dan is het eigenlijk al feest. In het hotel aangekomen kregen we meteen een upgrade omdat ze mij in de rolstoel zagen zitten en zeiden dat het niet te doen was in zo'n kleine kamer. We protesteerden niet. Daarna naar de kerstmarkt waar je niets kunt kopen wat je echt nodig hebt, glühwein, bratwurst, kerstballen.
Volgende dag de thermen in met diverse zwembaden met stroming zodat je automatisch voortgestuwd wordt, ook erg fijn en ik weet niet hoeveel verschillende sauna's en bubbelbaden. Zodra ik in het water lag was ik vrij: van pijn en gewicht, en buiten het bad strompelde ik stevig aan de arm van P, als de dood om uit te glijden. Niet gebeurd. Alles oké. Mijn broer, zijn dochter en ik aten bij mijn ouders. Het gesprek kwam op een kist met flessen port uit 2003. Door mijn broer voor zijn dochter bij haar geboorte aangeschaft. We vonden de gelegenheid wel vragen om een bijzondere touch en M maakte de eerste fles open. Ik dacht aan de eerste keer oppassen, alle mensen die ervan overtuigd waren dat het mijn dochter was omdat ze zo op me leek, het logeren in mijn huisje en er bij de ingang van het tuinpark geschoten werd, de eindmusical, de verhalen over haar eerste vriendje, feestjes, de bezoekjes aan opa en oma. En natuurlijk hoe snel de tijd gaat. Ook als niet-moeder verval je in clichés.
Zo zenuwslopend als mijn 'bijwerkbezoek' aan de bronsgieterij de vorige keer was, zo vloeiend liep het nu. Ik had me ingesteld op teleurstelling, maar die kwam niet. Het beeldje was klaar, alleen leek het meer op koper dan brons. Hadden ze expres gedaan omdat ik bij het patineren wilde zijn. Ik mocht kiezen welke kleur ik wilde, gewoon standaard brons, toen hielden ze het beeld in een enorme vlam, blusten het af met water, even wachten tot het koud was geworden, dronken we koffie, hoorden verhalen over kunstenaars, werknemers die er veertig jaar werken en natuurlijk konden we weer genieten van alle beelden die nog afgewerkt moesten worden.
Op de terugweg kon ik mijn ogen niet van haar afhouden. Het deed me heel erg denken aan het eerste exemplaar van mijn eerste boek. De stapel A4-tjes die opeens tussen twee kaften lagen. De trots die ik voelde. De trots die ik voel. Sinds drie jaar houdt het hele korte stukje gracht waar ik woon een straatborrel en ik vind het fantastisch. Opeens is het lopen over de gracht anders, ik groet iedereen want je weet maar nooit of het een buurman/vrouw is. De app is natuurlijk irritant, 94 leden die berichten posten, waarop dan gereageerd wordt met: o, ja, wat mooi, o, nee, wat erg. En dat dan 15x. Maar los daarvan vind ik het winst. Boormachines die worden uitgeleend, cash geld geleend, exposities gedeeld. En dan was er vandaag de borrel op de brug, waarvan ik me wel even afvroeg waarom dat niet in de zomer wordt gedaan, maar het was prima te doen. Het oosterse restaurant kwam met een dienblad saké aan, iedereen nam te veel eten en drinken mee.
Sinds die eerste borrel heb ik het gevoel dat mijn dorp, dat bestond uit louter woonboten, flink is uitgebreid. Een hele kade en steeg erbij. Het ging heel voorspoedig op de eerste hulp. We werden binnen vijf minuten doorgelaten, ik werd in een kamer gelegd met een lekker zacht bed, P op een stoel bij het raam. We vergeleken de Spaanse eerste hulp met die van Amsterdam. Een groot verschil. Geen dronkenlappen, mensen met een lichaamsgeur die niet de moeite namen om zeep te gebruiken, mensen met kleding die een keer gewassen mocht worden.
De neuroloog kwam binnen een kwartier. Hij klopte her en der, liet zijn pen voor mijn ogen heen en weer bewegen, stelde eindeloos veel vragen, knikte, legde uit en moest toen opeens naar een bijscholingsklasje zodat ik toch nog eindeloos het reilen en zeilen op zo'n afdeling kon gadeslaan. De man die maar bleef overgeven en geen Nederlands sprak. Het telefoongesprek op speaker met zijn kleindochter die vertaalde. Het stel dat liever deze dag alle onderzoeken onderging ondanks wachttijd, de groepjes koffiedrinkende verpleegkundigen, de vijf ambulances die tegelijkertijd aankwamen waardoor ik uit het bed werd gejaagd. De harde stoel, en de klok die maar doortikte. Vijf uur lang. Ik kreeg een vriendin met een nieuw kind op bezoek. Haar eerste. Het meisje was tien maanden en zat, kroop en gleed over mijn keukentafel terwijl haar moeder en ik afdaalden in de krochten van bevallen, borstvoeding, kinderopvang, scholen, ander leven. En opeens leek het me geweldig om iets te hebben wat alle aandacht opeist en jezelf automatisch naar het tweede plan schuift.
Omdat de dingen toch een beetje wankel worden, belde ik met het AVL om een afspraak bij de palliatieve afdeling te maken. Het heet trouwens Supportive Care Team, want gewoon de zaken bij de naam noemen is niet de bedoeling en het klinkt natuurlijk ook lekker optimistisch neutraal in het Engels.
De telefoniste wilde me niet doorverbinden met die afdeling want ik kon daar niet zomaar terecht - nee, nee, nee. Ik moest het maar proberen bij de mama-poli, waarvan ik weet dat ze een duidelijk ontmoedig-zoveel-mogelijk-patiëntenstrategie hanteren. Ook hier werd me verteld dat het niet mogelijk was om zomaar een afspraak te maken. Maar ik ben patiënt. Weliswaar uitbehandeld, maar m'n patiëntennummer doet het nog. Dat deed er niet toe. Ik had een interne verwijzing nodig. Begrijp ik nou goed dat ik een verwijzing nodig heb van een arts die mij niet meer behandelt om geholpen te worden met doodgaan? Ja. Dat begreep ik goed. Maar er was nog wel iets. Ik moest echt héél secuur mijn zorgvraag indienen. De vraagtekens die vanaf mijn lokatie door de ether werden gezonden hadden geen woorden nodig. Omdat er een triage plaatsvindt. Blijkbaar mag niet iedereen geholpen worden met doodgaan. Moet je over taalkundige capaciteiten beschikken om een goede plek te verwerven. Toch probeerde ik nog even. Kan ik niet gewoon een gesprek hebben en dat dan duidelijk wordt wat er eventueel nodig is? (Eerlijk gezegd gaat het me helemaal niet om de begeleiding, alleen maar om geruststelling dat mijn skelet niet in elkaar stort, dacht: zij hebben die kennis in huis). Maar nee, dat kon absoluut niet. Er waren zoveel mogelijkheden van hulp... Dat vond ik dan wel weer goed om te horen en wilde graag weten uit welke smaken ik kon kiezen. Dat wist deze mevrouw niet. Het komt er dus op neer dat de ene stervende de andere niet is, je van goede huize moet komen en je hulpvraag zodanig moet formuleren dat je een plekje krijgt, en dat als je daar dan eenmaal zit niemand weet wat de mogelijkheden zijn. Een uitgelezen plek om het einde tegemoet te treden. Ik ging naar een nieuwe acupuncturist. Dat ging er totaal anders aan toe dan bij haar voorganger. De eerste keer zou er een intake plaatsvinden, alleen heb ik die denk ik wel gemist. Ik moest mijn schoenen en sokken uitdoen, terwijl ik dat deed vertelde ik dat ik voor neuropathie kwam. Ze knikte, voelde even aan pols en nek, vroeg hoe het met m'n rug gesteld was, slecht, o, dat klopte. Toen drukte ze op een aantal voor mij willekeurige plekken op mijn lichaam die als het goed was gevoelig waren, klopte ook, en dat was het.
Ze was niet onder de indruk van mijn mededeling dat ik een naaldenfobie heb, ach, het zijn maar heel dunne naaldjes, en ze begon. Zij stak er 5 in ipv 30, dat vond ik winst. Even rustig blijven liggen, en weg was ze. Ik bewoog per ongeluk mijn pols en een enorme pijnscheut was het resultaat. Stijf van de stress wachtte ik af. Toen ze terugkwam vroeg ze smalend of ik nu wel lekker relaxed was. R kwam in haar strijdpak om me te helpen rotzooi te ruimen. Onder het luik was het hele compartiment volgestouwd met zaken die ik ooit, misschien, wellicht, ergens zou kunnen gebruiken. R kroop het gat in, geen pretje, je moet namelijk op je knieën, kop omlaag in het donker rondkruipen. Ze bleef optimistisch, haalde soepel alle spullen eruit en begeleidde mij kordaat in het zoveel mogelijk weggooien.
Dat betekent dat als ik binnenkort schroefjes, moertjes, kastplanken, een verroeste boormachine, lampenkap, doeken, kaplaarzen, diverse kleuren verf, plastic, uitgeharde voeg in grote zak, haakjes, mandjes, jassen, bouten, spiralen, of toevallig een ophangsysteem nodig heb, ik naast ga grijpen. Ik was in Heemstede en had daarna enorm veel zin om bij W langs te gaan, alleen was er geen tijd omdat er een zorgplan opgesteld moest worden door een vrouw die de vorige afspraak al een keer had afgezegd. Ik twijfelde erg. Zou ik het verschuiven of braaf naar huis gaan. Ik koos voor het laatste.
De vrouw belde me om 15.15 op dat het ab-so-luut niet lukte om 15.30 bij me te zijn. Het hele verkeer stond vast. Het moest maar verschoven worden. Tot mijn stomme verbazing reageerde ik totaal anders dan gewoonlijk. Wellicht omdat ik dichter bij het einde kom, dus hier en daar maling krijg aan de niet-meewerkende medemens. Ik informeerde waar ze vandaan moest komen. De perfect vraag. Ze bleek uit het centrum te moeten komen. Ik constateerde dat ze nog helemaal niet in de auto zat en drukte door. Het verkeer zou wel loslopen en ik was speciaal voor haar weer naar Amsterdam gegaan. Toen ik had opgehangen checkte ik even op Waze of ik me moest schamen of niet. Niet. Het verkeer was totaal geen probleem. Ik voelde me een beetje de über-bitch die een ander zijn vroege vrije middag niet gunt. |
Blog t/m sept 2016 |



RSS-feed