|
P schreef zijn mening op LinkedIn, iets wat hij bijna dagelijks doet. Hij vroeg aan mij of ik wilde weten waarover. Daar had ik niet zo'n behoefte aan.
En binnen een minuut: 'Is dat erg?' P: 'Nee, helemaal niet, ik moet jou alleen het gevoel geven dat je mening ertoe doet.' Je kunt heen en weer bellen voor als je zelf nergens kunt geraken. Ze rijden in Amsterdam in van die groene MAX'en rond. Briljante service, door vrijwilligers uitgevoerd.
Ik trof M, binnen no time dacht hij mij te kennen, alleen kwam hij mij niet bekend voor. Op een gegeven moment kwam het gesprek over beroepen en vertelde ik dat ik schrijver ben. 'Dan ken ik je daarvan.' 'Lijkt mij science fiction.' Wat klopte, want hij kende geen van mijn boeken. Jammerjammer... Maar later ging het over Spitsbergen. Toen ik vertelde dat ik daar voor de VPRO was geweest voor de serie O'Henlonds helden, zei hij: 'O, dan is het daarvan.' Het klopte, ik had artikelen voor de VPRO-gids geschreven over onze gezamenlijke reizen. Ik ging lunchen bij J&A, alleen was de waarschuwing dat hun dochter kwam, met de twee jongens (7 en 9) en dat die nogal vocaal waren.
Dat vond ik prachtig. De formulering ervan. Inderdaad. De jongste heeft nog niet helemaal onder knie dat je een gespreksvolume kan hanteren. Hij gebruikt alleen maar de stand: schreeuwen, nog harder schreeuwen en op zijn hardst schreeuwen. De lunch was geweldig. Hij pakte om de haverklap zijn mes om tegen zijn glas aan te rammen en dan had hij of een mop of een weetje. "Weet je hoe een skelet de deur opendoet? Met zijn sleutelbeen.' Het begint angstig te worden. Ga nu precies dezelfde woordgrappen maken als P. Vanmorgen, toen hij me hielp bij het sokken aandoen en ik zag dat de oedeem anders was.
'Ze zijn nu wel dunner. Maar nog geen kebab.' M belt me op. 'Je stuurt zulke rare appjes.'
'Klopt, ik ben raar in mijn hoofd door de morfine.' W ging met me mee naar het OLVG. Eerst werden er echo's gemaakt om trombose uit te sluiten, was gelukkig zo, daarna door naar de eerste hulp.
Toen L binnenkwam stelde ik W voor. 'Een nieuwe man.' L hoefde niet te weten hoe het zat. Hij vond het gesprek honderd keer congruenter dan gisteren. En mijn ogen dansten niet meer. Maar toch wilde hij weten hoe het zat. Oudste, beste vriend. Aha! 's Avonds bedacht P opeens dat we gezellig naar Ikea konden. Ik was voor. Had dringend een plant nodig. Zocht snel op of ze bij Ikea rolstoelen hadden, hadden ze, dus konden zonder gesjouw weg. Ik bleef in de auto zitten (kan even niet meer op mijn benen staan door het teveel aan morfine) terwijl hij een rolstoel haalde. Door steken in mijn been realiseerde ik me opeens dat ik al zo'n twee dagen een oedeem-been had. Ik zocht op Chatgpt op wat er kon gebeuren. Trombose en met heel veel pech een longembolie. Ik belde de huisartsencentrale. Goedenavond, u bent nummer 38 in de wachtrij. Even geduld A.U.B.
P wilde intussen weten waar de paniek voor nodig was. Lees chat maar. We parkeerden voor de (mijn) zekerheid vast om de hoek bij het OLVG en de dokter vond het wel reden om even naar binnen te lopen. De huisarts maakte een echo, maar wist niet zeker of er een vat werd afgekneld. En er was geen neuroloog in huis met betere apparatuur, dus moest ik toch op de SEH gezien worden. Eerst via een verpleegkundige. Hij begon met mijn bloeddruk, die normaal perfect in het gareel loopt 80-120. Maar daar was hij 120-186. Ik schrok me dood. Hij zei dat het vast door de stress vanwege het ziekenhuis was. Ik geloofde daar niks van. In het AVL was mijn bloeddruk altijd een schoolvoorbeeld. Ala. Daarna moest ik geprikt worden, dus vermeldde ik dat ik toch wel aan een onoplosbare naaldenangst leed. Hij reageerde aardig. De meeste patiënten zeiden na afloop dat het wel meeviel en dat hij ook erg goed kon prikken en het eigenlijk nooit fout ging. Het ging fout. Hij moest twee keer de naald in mijn hand jenken, iets wat sowieso pijnlijker is dan binnenkant elleboog. Maar omdat die vol eelt zitten, de verpleegkundige daardoor veel meer kracht moet gebruiken, ga ik sowieso naar het plafond, vandaar hand. De verpleegkundige reageerde perfect. Dat hij juist bij mij had opgeschept en dat dit erg slecht voor zijn ego was. Ik vond het ok. Kan gebeuren. En zeker als iemand zo goed reageert. Ik mocht door naar de volgende ruimte, vol met bedden en kermende mensen. Daar trof ik L, een enorm aardige, beetje brutale arts. Hij stelde routinevragen, bekeek mijn been, dacht niet dat ik kans op trombose maakte, maar moest wel de volgende dag laten controleren door neuroloog. Tussendoor hadden we lol. L zei dat hij al dertig keer tegen me had gezegd dat ik 'L' en 'je' mocht zeggen. Mijn reactie: dat ik al vijftig keer tegen hem had gezegd dat hij 'C' en 'je' tegen me mocht zeggen. L tegen P: 'Is ze altijd zo?' P knikte enthousiast. L keek naar mij. 'En je ogen dansen. Veel te veel morfine.' Daar was ik het mee eens. 'Is P een goede steun?' 'Zeker.' 'Mooi.' De volgende dag moest ik terugkomen. Maar eerst 's ochtends nog even AVL'len om een aankomende bestraling te bespreken. Een lieve én doortastende vriendin kwam weer helpen ordenen. De kledingkast werd rappie-klappie opgeruimd. Ik hoefde niet meer door stapels kleding te woelen. De stapels zagen er indrukwekkend uit. Er was nog tijd. Ik wilde eigenlijk niet aan het ruimte maken voor het ziekenhuisbed, dat morgen komt, beginnen. Maar tegen een practicus kan je niks beginnen. En ze hebben altijd gelijk weet ik uit mijn vorige leven. Ik zag vooral op tegen het zoeken voor een plek voor de chaise longue, omdat de hoge kant aan de verkeerde kant zat voor de andere kant van de kamer. Ik lag altijd als een prinses (koningin klinkt me te oud en rimpelig). Maar het lukte om er een prachtig soort boudoir van te maken, met een lamp en een schilderij die nu veel beter uitkwamen en de chaise longue, die een gouden rand heeft, matchte prachtig met de gouden muur en het schuin in de kamer uitsteken was niet eens gek. En wat een ruimte opeens aan de raamkant. Natuurlijk zal dat morgen teniet worden gedaan. Maar de middag en de avond waren heerlijk.
Ik was zo in mijn nopjes over mijn cadeautje voor P (ik had natuurlijk als hork wat betreft cadeautjes geven) vorig jaar niets gegeven (tja, de commerciële Valentijnsdag, dus dat vind ik nog wel vergefelijk) maar hij gaf mij een Artis-abonnement! Dat alleen al was geweldig, maar het idee erachter nóg liever: ik zou dan makkelijker trainen met lopen omdat in het park wandelen honderd keer leuker is dan de gracht op en neer.
Hoe oud ik ook ben, ik blijf toch een kind. Ik wilde al vijf dagen lang vertellen wat ik voor hem had. Het lukte me om me in te houden! Een wereldwonder. Geen van ons (ik ben de jongste, de oudste is 81 of misschien nog ouder) had ooit in een boekenclub gezetten. Het zijn de mannen waarmee ik (bij uitzondering als enige vrouw) bij de nazit van de opgeheven boekwinkel mocht zijn. Wellicht delen ze de mening van mijn beste vriend W die altijd zegt dat ik een man ben, vermomd in een vrouwenlichaam.
We lazen The flight of the maidens van Jane Gardam. Na 30 pagina's appte ik de groep dat ik ermee kapte. Het leven was te kort voor zo'n enorm tuttig boek. Maar ik zou wel komen om te horen hoe de anderen erover dachten. Toch ging mijn tegendraadsheid tegen me werken - het kinderachtige van dit statement - en kon mijn nicht mij de Nederlandse versie lenen (ik moest ook veel te veel woorden opzoeken). Wat bleek?! Een geweldig boek. Ik had eigenlijk alles gemist wat ertoe deed. De humor, het mooie taalgebruik, de inhoud. De afgelopen week heb ik me een slag in de rondte gelezen om het uit te krijgen. Ik had een heel mooi notitieboek van Paperblanks genomen om al mijn bevindingen te noteren. Inhoudelijk, per personage en toch ook de fouten die de schrijfster en de redacteur erin hadden laten zitten. Bv dat over de hoofdpersoon waarvan al twee keer was benoemd dat ze zat, opeens op de volgende pagina neerplofte. Ik dacht dat dat ongetwijfeld op irritatie zou stuiten. Maar toen ik halverwege mijn lijst vroeg of ze er al genoeg van hadden, was dat niet zo. Misschien als cadeautje voor het toegeven dat mijn Engels niet zo goed is als ik altijd dacht. De ergotherapeut kwam inventariseren wat ik allemaal nodig had. Een ziekenhuisbed? Ik wist niet hoe snel ik JA! moest zeggen!
De oncologisch verpleegkundige kwam voor alles wat maar kon helpen. Op elk gebied. Zij vroeg meteen of ik al bij een ergotherapeut zat. Die kon allerlei dingen regelen (handgrepen, wc-verhoger, douchestoel, enz.) Dat klonk wel goed, behalve het ziekenhuisbed. Ik wilde absoluut geen patiënt zijn voordat ik het echt was.
Mijn vader lacht om de grappen van P. Ik bijna nooit. Het zijn woordgrappen die voor mij echt te veel voor de hand liggen. Hij trekt zich daar duidelijk niks van aan. Helemaal in het begin van onze relatie vroeg ik of zijn exen er wel om lachten. Ook niet. Dat vond ik geruststellend. Hij was het gewend.
Vandaag hadden we het over mijn gebruiksaanwijzing. Ik had opeens het idee dat die nogal lang was. Hij vond van niet. En anders had ik wel Manuela geheten. Daar moest ik dan wel onbedaarlijk om lachen. Ik app met S over de morfine die ik nu slik. En ik schrijf zonder blikken of blozen dat het een hard gelach is.
|
Blog t/m sept 2016 |
RSS-feed